De laatste mountainbike van het seizoen. En het is weer gelukt:

100 km
1650 hm
4u37m
22 km/u incl. stops
Een goeie voorbereiding is het halve werk, al was die voorbereiding best wel wat werk:
poetsen, altijd heel fijn om te doen als je weet dat je bike een dag later weer onder de drek zit
achterderailleur recht(er) gebogen en opnieuw afgesteld
speling uit achterwiel gehaald (thx pap!) en erachter komen dat je de achteras van een paar maanden oud nu al kan vervangen
wat slagen uit datzelfde achterwiel gedraaid
ketting schoonmaken en oliën
en dan lekker een goeie nacht maken om de dag erna op tijd in Limburg aan te komen
‘s Ochtends vroeg is koffie hard nodig! Daarna, hop, in de auto met een half brood gesmeerd en wel (thx mam!), flessen sportdrank, koffie, koekrepen, drop, melk en mijn fiets natuurlijk. Met een te vette mix van Justice (Forma-T on PureFM) kom ik al rijdend helemaal in de stemming voor de race. Het weer is onwijs mooi en half Nederland lijkt met de MTB op weg naar het zuiden te zijn. Ik bel Kfir even…iets met 3000 deelnemers… We spreken af in Eijsden en staan wat later als twee blije guppen die weer los mogen gaan aan de start.

Als de diesel opgewarmd is kan ik eindelijk wat meer gas gaan geven en gaat het inhalen van voorliggers weer beginnen, wat wel een nadeel is van zo’n drukke tocht. Het mooiste stukje afdaling is verre van vlak en daar moet je je bike gewoon hard laten lopen. Frustrerend als de mensen voor je zitten te klooien op een misschien iets te hoog zadel. Voor mij zijn dat oort stukjes de reden om te biken en ga daar meestal geheel schaamteloos gillend uit mijn dak. Ik overweeg heel kort erachter aan te sluiten en het logische pad te volgen…no way! Rechts ervan liggen lekkere losse stenen, ik laat mijn remmen los en mijn bike lopen. Kan nog net om iemand heen rijden waardoor ik de toorn van de andere rijders over mij afroep: “Hee gast, doe eens ff normaal.” En dan iets over wedstrijd, bla bla bla. Ik zeg “Sorry!” en rijd voldaan verder. Soms ben ik ook gewoon dom, lomp en egoïstisch. Kfir blijkt later ook problemen in de afdalingen gehad te hebben: “die Nederlandse crosscountry-rijders kunnen echt niet dalen!”, komt in de problemen, valt en kan zijn benen laten verzorgen.
Anyway, als we dan niet van het afdalen mogen genieten, wat moeten we dan doen? Precies, gewoon de longen uit het lijf fietsen, een paar keer kramp wegtrappen, naar boven rennen als het te druk is om te fietsen en daarmee een voor jezelf acceptabel gemiddelde halen. Af en toe om me heen kijkend valt het schitterende landschap me wel op. Prachtig groene teletubbie-heuveltjes, een hemelsblauwe lucht en een stralende zon. Dat maakt het rijden van een marathon toch een stuk acceptabeler dan regen en blubber als je het mij vraagt.
Toch komt er een stuk modder in mijn gezicht terecht, waarschijnlijk van de fietser voor mij. Ik veeg het af en het is groen in plaats van bruin. Even eraan ruiken, ja, dat was geen modder maar koeienstront. Om gewicht te besparen ben ik in een afdaling een van mijn twee bidons verloren, een onfortuinlijke biker een binnenbandje gegeven en minstens drie keer een plaspauze ingelast. Al die energiedrank klotst onaangenaam in mijn maag als ik een ritmisch getik waarneem. Het varieert met mijn snelheid en blijkt bij mijn achterwiel vandaan te komen. Met nog 10 km te gaan heb ik geen zin om het te gaan fixen, het is de vraag of de tijd die dit kost me een dusdanige snelheidsverbetering oplevert en ik eerder over de finish kom. Na 90 km gaat deze rekensom me verre van goed af en ik stamp al tikkend door. Even afremmen en hee, mijn achterrem doet het niet meer! Uhhhhhh, wat nu? Doet mijn voorrem het nog? Ja! Okay, die is toch belangrijker dus dan maar gewoon doorknallen. De fietser voor me is een doel op zich geworden en met het geluid van een Harley stoemp ik hem vlak voor de finish nog even sprintend voorbij.
Kleine realiseerbare doelen stellen, altijd heel erg leuk. Winnen met mountainbiken gaat me toch niet lukken. Al is het supergaaf om Nicoletta te zien, die haar snowboarden heeft laten verwateren om dit soort wedstrijden wel te winnen. Met een half uur voorsprong op de rest van de dames was ze oppermachtig. Niet normaal, daar komt een hele hoop afzien bij kijken!
Mijn remblokje blijkt los te zitten, ik draai het binnen 10 tellen vast en denk nog dat ik dit beter wel onderweg had kunnen doen, spring vervolgens op mijn fiets en vlieg er bijna meteen weer voorover af. Een achterwiel dat niet draait…De veroorzaker een dikke deuk in mijn velg…En iets beter kijkend blijkt mijn velg over een lengte van 4 cm gescheurd te zijn. Ik kom bijna niet meer bij van het lachen. Ik hoopte zo dat mijn bike zich goed zou houden, dat heeft hij gedaan, maar had niet verwacht dat hij me op zo’n lullige manier zou laten weten dat hij al mijn lompe gedrag helemaal zat is en een paar enduro-wieltjes eist!
