Beslissingen nemen off-piste, deel 3

Beslissingen nemen off-piste, deel 3

Deel 3 – Rijd jij steilere lijnen omdat anderen dat ook doen?

Een paar weken geleden mocht ik voor wePowder de International Snow Science Workshop in Innsbruck bezoeken. Het voelde voor mij als thuiskomen op een internationale conferentie vol met wetenschappers – de rij bij de koffiemachine tijdens de pauze was altijd te lang. Voordat ik naar Innsbruck afreisde, werd ik al getriggerd door de titel van één van de praatjes: “Keeping up with Jeremy Jones” door Andrea Mannberg (zie ook de links onder het artikel). Natuurlijk ligt het voor de hand om aan de hand van de naam van een legendarische snowboarder meer publiek voor je te winnen, dus ik was al snel overgehaald om hiernaartoe te gaan.

 

 

 

Een paar weken geleden mocht ik voor wePowder de International Snow Science Workshop in Innsbruck bezoeken. Het voelde voor mij als thuiskomen op een internationale conferentie vol met wetenschappers – de rij bij de koffiemachine tijdens de pauze was altijd te lang.

Voordat ik naar Innsbruck afreisde, werd ik al getriggerd door de titel van één van de praatjes: “Keeping up with Jeremy Jones” door Andrea Mannberg.1 Natuurlijk ligt het voor de hand om aan de hand van de naam van een legendarische snowboarder meer publiek te proberen te winnen, dus ik was al snel overgehaald om hiernaartoe te gaan. Afgaand op de twee bovenstaande plaatjes van Instagram posts van Jeremy en van mij, zou je kunnen bedenken dat ik mezelf ook aardig laat inspireren/beïnvloeden door Jeremy. En laat het nou net daarover gaan in dit praatje.

Andrea Mannberg heeft onderzoek gedaan naar onze voorkeuren bij het selecteren van terrein voor een off-piste afdalingen en is erachter gekomen dat wij nogal beïnvloedbaar zijn door wat anderen rijden. Voorbeeld: indien jij een te gekke dag hebt gehad, maar later op Instagram ziet dat jouw maatjes ergens anders nog steilere lijnen hebben gereden, dan kan dit invloed hebben op jouw tevredenheid over je eigen dag. Je gevoel over je eigen dag kan minder goed zijn geworden. Andersom kun je je ook nog beter gaan voelen over je eigen dag, als je erachter komt dat je andere vrienden juist minder steile lijnen hebben gereden. Indien je tevredenheid op deze manier beïnvloedbaar is, dan ben je een zogenaamde positionele rijder. Met betrekking tot voorkeuren hebben we het dan over positionele voorkeuren. Ik moet eerlijk toegeven dat ik mezelf in mijn privé-rijden hier ook wel in terug ken. Kijk maar naar de bijna identieke Instagram posts, met een duidelijk verschil in het aantal likes. Ik krijg het gevoel dat ik meer en vettere lijnen moet rijden om Jeremy bij te kunnen houden en dit gevoel zou ook wel eens mijn terreinkeuze en dus het risico dat ik aanga kunnen beïnvloeden.

Dit laatste blijkt daadwerkelijk zo te zijn! Mannberg heeft met haar collega’s aangetoond dat de terreinkeuze van een positionele rijder daadwerkelijk verbonden is met het accepteren van een risicovollere afdaling (in dit onderzoek zijn er twee hypothetische afdalingen waarvan één met beduidend meer risico en de andere met minder)  en de bereidheid om meer risico te accepteren. Het is goed om je hiervan bewust te zijn, want het gevaar bestaat dat jij je gek laat maken door allerlei posts op social media en andere kanalen, waardoor je uiteindelijk zelf meer risico gaat lopen.

Uit het onderzoek blijkt ook dat dit effect aanwezig is voor mensen die lawinecursussen hebben gevolgd. Natuurlijk zet ik mijn hakken dan in het zand, want dit is het laatste wat ik wil horen. Mensen die lawinecursussen² volgen, zouden juist betere beslissingen moeten nemen. Gelukkig volgt er uit haar onderzoek ook dat mensen die een lawinecursus gevolgd hebben minder snel accepteren om risicovoller terrein in te gaan. Maar in lawinecursussen zou wel gesproken moeten worden over positionele voorkeuren en zodoende meer bewustzijn hierover creëren. Dit is iets wat ik zeker van plan ben om komend seizoen mee te gaan nemen tijdens de cursussen die ik als gids geef.

Maar nu mijn vraag: zeg nou eens eerlijk, heb je je wel eens na een topdag toch klote gevoeld omdat op de social media posts van vrienden de poeder dieper was en de lijnen steiler? Eerlijk antwoorden hè!

Referenties:

  1. Andrea Mannberg et al.. Keeping up with Jeremy Jones: positional preferences and risky terrain choices. Proceedings of the International Snow Science Workshop, Innsbruck, Austria. (2018)
    http://arc.lib.montana.edu/snow-science/item/2838
    http://arc.lib.montana.edu/snow-science/objects/ISSW2018_O19.6.pdf
  2. wePowder Safety Academy https://wepowder.com/nl/academy

 

 

 

Beslissingen nemen off-piste, deel 2

Beslissingen nemen off-piste, deel 2

Deel 2 – Hoe beslissen we?

We gaan ervan uit dat je op de een of andere manier bewust bent geworden van het feit dat off-piste skiën en snowboarden een heleboel lol én ook risico met zich meebrengt. Je bent vrij te beslissen of je dat risico accepteert, dus (ver-)oordeel niet te snel. Iemand die op de piste blijft, accepteert ook een bepaald risico. En ook daar zijn er risico reducerende maatregelen te bedenken. Je zou bijvoorbeeld die laatste zwaar verspoorde dalafdaling aan het einde van de dag eens links kunnen laten liggen en gewoon met de gondel naar beneden kunnen gaan.

We kunnen onbewust en bewust beslissen om het risico van off-piste skiën of snowboarden te accepteren. Over de onbewuste manier van beslissen ga ik niet veel zeggen, behalve dat het gelukkig vaak goed gaat. Zie mijn vorige artikel Wat beslissen we? Er is al een hele stap genomen als jij de volgende keer dat je off-piste wilt gaan, bewust nadenkt over het risico van de afdaling die jij overweegt. Een beetje risico is voor veel mensen acceptabel, maar het moet niet teveel worden. “No risk, no fun”. Maar hoe zorg je nou dat het risico relatief laag blijft? Voor een leek die bovenaan een helling staat, is het onmogelijk om te zien hoe groot het risico van een off-piste afdaling is. Want één van de moeilijkheden is dat je altijd op een sneeuwdek neerkijkt en zelden of nooit erin. En juist in het hele sneeuwdek – van de bodem tot bovenop – kunnen er problemen zitten.

 

Beslis-strategieën

Daar sta je dan met je goede bedoelingen. Je hebt niet de kennis en kunde in huis om problemen in het sneeuwdek te herkennen, je wilt graag off-piste rijden, maar toch ook weer heelhuids thuiskomen. Kan je iets doen om met een relatief laag risico toch te freeriden? Gelukkig is hierop het antwoord: ja dat kan! Er zijn zogenaamde beslis-strategieën, die je helpen om weg te blijven uit terrein met een hoog risico.

Het is in theorie makkelijk uit te leggen, maar in de praktijk is het niet zo eenvoudig en vergt zeker (veel) oefening. Met een beslis-strategie hoef jij niet zelf binnenin het sneeuwdek te kijken, maar moet je je houden aan bepaalde limieten. Die limieten hebben betrekking op het terrein waarin jij je kunt begeven en volgen uit het voor die dag en regio uitgegeven lawinebericht. Door je aan die limieten te houden wordt wel je speelruimte beperkt, maar je houdt het risico acceptabel laag. Wel blijft er altijd een rest-risico.

De grondlegger van één van die strategieën is de Zwitserse berggids Werner Munter. Munter had als doel om het aantal dodelijke lawine-ongelukken te beperken en heeft de reductiemethode (RM) bedacht. Zijn idee hierachter was om op een zo makkelijk mogelijke manier, zoveel mogelijk ellende te voorkomen. Er zijn ook andere beslis-strategieën op de markt, die eigenlijk allemaal gebaseerd zijn op zijn reductiemethode, al dan niet met aanvullingen. Hieronder een opsomming:

  • Elementaire Reductiemethode1 (ERM, Munter)
  • Grafische Reductiemethode2,3 (GRM, SLF)
  • Stop or Go4,5 (Österreichischer Alpenverein)
  • Snowcard6 (Deutscher Alpenverein)

De elementaire reductiemethode – een goed begin

Om de Elementaire Reductiemethode te kunnen gebruiken, pak je het geldende lawinebericht erbij, dat in bijna alle regio’s van de Alpen iedere dag wordt uitgegeven. In het lawinebericht wordt, op een schaal van vijf treden, het gevarenniveau (Duits: “Gefahrenstufe”) door middel van een kleur, een getal of met woorden aangegeven, zie Figuur 1.

Figuur 1. De 5 gevarenniveaus, met bijbehorende kleuren en symbolen.

 

Een beetje kort door de bocht: hoe hoger het gevarenniveau, des te meer en groter het gevaar om je heen. Daarbij geldt dat gevarenniveau 2, dubbel zo gevaarlijk is als gevarenniveau 1. Dit zien we duidelijker in Figuur 2.

Figuur 2. Lawinegevaar als functie van gevarenniveau.

 

Meer gevaar en groter gevaar betekent meer risico. Hoe zorg je er nu voor dat je niet komt op plekken met een hoog risico? Volgens de elementaire reductiemethode kun je dat doen door de steilheid van het terrein waarin jij je begeeft, te beperken. Afhankelijk van het uitgegeven gevarenniveau is er een maximum steilheid:

  • Gevarenniveau 2 – blijf onder de 40°
  • Gevarenniveau 3 – blijf onder de 35°
  • Gevarenniveau 4 – blijf onder de 30°

 

Dat is alles. Als je dit doet, dan blijft je speelruimte al beperkt tot de groene en de oranje zone in Figuur 3. Hierbij staat groen voor gering risico en relatief veilig, mits er geen gevarentekens zijn. In oranje bestaat al verhoogd risico. De oranje zone is echt af te raden voor mensen met geen of weinig ervaring, kennis en kunde. Om het risico nog lager te houden, wordt zeker aan beginners geadviseerd om onder de stippellijn te blijven – dus 5 graden minder steil. Ook wordt bij gevarenniveau 4 vaak geadviseerd om alleen op geopende pistes en/of geopende skiroutes te blijven, want bij de omstandigheden waaronder gevarenniveau 4 wordt afgegeven, is daar meestal al genoeg lol en poeder (veilig) te vinden.

Ik moet hierbij wel eerlijk toegeven, dat de kleurschakering in deze figuur niet echt een wetenschappelijke basis heeft. In een wetenschappelijke publicatie van Christian Pfeifer7 is meer over risico en gevarenniveau’s te vinden.

Figuur 3. Grafische weergave van de elementaire reductiemethode.

Steilheid van het terrein

Waar in het terrein moet je kijken

Misschien heb je je in de vorige paragraaf al afgevraagd hoe je nu eigenlijk de steilheid van een helling bepaald. Dat is een goeie vraag en het antwoord daarop is niet geheel voor de hand liggend. Als je namelijk heel precies en op kleine schaal gaat kijken, dan vind je in ieder helling wel stukjes die steiler zijn dan 45°, al is het maar een brok sneeuw. Zo precies hoef je echter niet te kijken. Je moet naar de gemiddelde steilheid van een stuk terrein van minimaal 20 bij 20 meter, of 20 hoogtemeters, kijken.

Moet je daarbij altijd van de helling af naar beneden kijken? Of moet je ook kijken wat er boven je zit? Ook dat is een goeie vraag. Hoe ver je om je heen moet kijken, om het steilste stuk helling te vinden, is afhankelijk van het uitgegeven gevarenniveau.

  • Bij gevarenniveau 1 – rondom jouw spoor
  • Bij gevarenniveau 2 – 20 meter rondom jouw spoor
  • Bij gevarenniveau 3 – de hele helling (dus ook de helling boven jou)
  • Bij gevarenniveau 4 – de hele helling en aansluitende hellingen

Hoe meet je de steilheid?

Eén van de minder verstandige dingen is het opmeten van de steilheid terwijl je in een risicovolle helling staat. Het is beter om goed te worden in het schatten van de steilheid van hellingen op een afstand. Om daar goed in te worden kun je eerst de steilheid in hellingen met heel weinig risico inschatten en naderhand opmeten. Hierbij is het handig om te denken in steilheidsklassen, in plaats van op de graad nauwkeurig:

  • Minder dan 30° (hellingshoek < 30°)
  • Tussen 30° en 35° (30 ≤ hellingshoek < 35°)
  • Tussen 35° en 40° (35 ≤ hellingshoek < 40°)
  • Steiler dan 40° (hellingshoek ≥ 40°)

Daarnaast gelden er een aantal vuistregels:

  • Terrein waar het sneeuwdek niet meer aaneengesloten is en waar de rotsen doorheen steken, is in de regel 40° of steiler. Duits: “felsdurchsetzt”, zie Figuur 4.
  • Terrein met een aaneengesloten sneeuwdek onder een steile rotswand, of onder “felsdurchsetzt” terrein, is in de regel rond de 35°. Soms worden dit soort hellingen ook wel “aansluithellingen” genoemd.
  • Terrein waar tourskiers die omhoog lopen zogenaamde “Spitzkehren” gaan maken, is in de regel 30° of steiler. Spitzkehren zijn de scherpe richtingswisseling om zigzaggend een steile helling omhoog te kunnen lopen. Door de steilheid is het niet meer mogelijk om “ronde bochten” te lopen. Zie voor een voorbeeld Figuur 5.

Figuur 4. “Felsdurchsetzt” terrein met daaronder “aansluithellingen”.

Figuur 5. Terrein waarin een tourskier of splitboarder “Spitzkehren” moet maken, is in de regel 30° of steiler.

Opmeten:

 

Beperkingen van de Elementaire Reductiemethode

Ondanks de eenvoud van deze methode zitten er een paar addertjes onder het gras.

Gevarenniveau. Het blijkt in de praktijk niet makkelijk te bepalen wat het gevarenniveau is. Ten onrechte wordt er toch nogal eens een lager gevarenniveau gehanteerd voor de niet als kritisch aangemerkte delen (dus de gunstige delen) van het  terrein. Dit mag alleen als de lawinedienst dit expliciet vermeld in het lawinebericht! De als kritisch aangemerkte delen van het terrein – dit betreft bepaalde hoogtes en hellingsrichtingen en kun je terugvinden in het lawinebericht – zijn soms moeilijk om terug te vinden in het terrein. Een helling kan bijvoorbeeld meerdere richtingen hebben, denk bijvoorbeeld aan een geul waarbij de wanden toch echt een andere kant op “wijzen”. Mijn oplossing hiervoor is: weet je het niet zeker, ga dan van de meest ongunstige situatie uit. En zoek sowieso nooit de limiet op in de als kritisch aangemerkte delen van het terrein!

Steilheid. Het is ook niet makkelijk te bepalen hoe steil een helling is. Moet je daarbij heel precies kijken naar ieder klein richeltje? Nee, je moet kijken naar de steilheid van een stuk dat minnimaal 20 meter lang en 20 meter breed is, of een minimaal hoogteverschil van 20 meter.

Situaties. Voor bepaalde lawinesituaties is de Elementaire Reductiemethode minder goed te gebruiken. Dit zijn de Triebschnee en de Nassschnee situatie. In het geval van Triebschnee situatie, kun je er beter voor zorgen dat je Triebschnee uit de weg gaat. In het geval van een Nassschnee situatie, moet je zorgen dat je op tijd terug bent. Dus terug voordat deze situatie een probleem wordt. Klik hier voor meer info over de typische lawinesituaties.

Dan nog een laatste noot. Zonder ook maar iets over sneeuw en haar eigenschappen te leren, heb je nu een methode gekregen waarbij je jouw risico off-piste kan beperken. En dat is eigenlijk wel een beetje raar. Wees je hiervan bewust en leg alarm- en gevarentekens nooit of te nimmer naast je neer, ook al blijf je binnen de limiet. Dus als je verse lawines ziet liggen of afgaan, scheuren in het sneeuwdek ziet ontstaan, “Wumm-Geräusche” hoort, zeg dan nee en draai je om. Een bewuste nee-beslissing geeft ook een voldaan gevoel.

Er is nog meer kritiek bij te plaatsen, maar als je je bedenkt waar de elementaire reductiemethode voor bedoeld is, dan is het naar mijn mening een prima start.

Let wel op: verantwoord freeriden omvat veel meer dan alleen toepassing van bovenstaande reductiemethode. Wil je meer weten of leren, volg dan bijvoorbeeld de wePowder Safety Academy online, doe een cursus bij het Snow Safety Center, of informeer bij mij wat de mogelijkheden zijn.

Fijne winter en be safe!

Referenties

  1. Werner Munter. 3×3 Lawinen – Risikomanagement im Wintersport.
  2. Stephan Harvey. Lawinenkunde – Praxiswissen für Einsteiger und Profis zu Gefahren, Risiken und Strategien.Bruckmann (2014).
  3. In het foldertje “Achtung Lawinen!”, uitgegeven door het SLF, staat een schat aan informatie. Daarin staat onder andere ook de grafische reductiemethode. Online te vinden op:
    https://www.slf.ch/de/publikationen/achtung-lawinen.html
  4. Michael Larcher. Stop or Go [2012]. Berg und Steigen 4, 54-63 (2012).
  5. Walter Würtl, Michael Larcher. Stop or Go – Risikomanagement auf Skitour. Österreichische Alpenverein (2009).
    Voor een voorbeeld: http://www.alpineausbildung.at/download/stop_or_go_auswahl.pdf
  6. https://www.alpenverein.de/bergsport/sicherheit/winter/dav-snowcard_aid_10619.html
  7. Christian Pfeifer. On probabilities of avalanches triggered by alpine skiers. An empirically driven decision strategy for backcountry skiers based on these probabilities. Hazards 48, 425-438 (2009).
Beslissingen nemen off-piste, deel 1

Beslissingen nemen off-piste, deel 1

Deel 1 – Wat beslissen we?

Een tijdje terug heeft mijn vriend Folkert (aka. Haas) al eens haarfijn uitgelegd hoe je het lawinebericht het beste kunt lezen. Hierin komt ook een beslismodel naar voren, de elementaire reductiemethode, om off-piste het risico op een lawine-ongeluk accepteerbaar laag te houden. In een reeks artikeltjes ga ik stap-voor-stap in op het maken van beslissingen off-piste.

Voordat we de reductiemethode behandelen, sta ik in dit artikel eerst eens stil bij beslissen. Beslissen dat we off-piste gaan heeft namelijk bepaalde consequenties. Aan de ene kant beslissen we dat we een fantastische natuurervaring gaan beleven (al dan niet in gortdroge, heupdiepe poeder), maar aan de andere kant beslissen we ook dat we een risico aangaan, onder andere het risico op een lawine-ongeluk. Nu is het handig om je beslissing zo vorm te geven, dat de kans dat je in een lawine komt klein is en je toch veel plezier kunt hebben. Er zijn verschillende meningen over hoe je het beste uit een lawine zou kunnen blijven, maar niet allemaal leiden ze tot een optimale mix van plezier en mogelijk weinig risico.

martin_dikkepowder

Plezier in gortdroge, heupdiepe poeder

Hoe blijf je uit een lawine?

Bij mensen leven er verschillend ideeën over hoe je het beste uit een lawine kunt blijven.

  1. Binnen blijven. Afgezien van catastrofale lawines, vallen de meeste lawine slachtoffers doordat snowboarders of skiërs zelf, of iemand anders om hen heen, een lawine initiëren. Er bestaat bij de meeste lawine-ongelukken een causaal verband tussen het afgaan van een lawine en jouw of iemand anders zijn aanwezigheid op een bepaalde plek.
  2. Geluk hebben. Er gaan nog steeds vele snowboarders en skiërs off-piste zonder kennis, en zonder uitrusting. En heel vaak gaat het goed. “Ik rijd al zo lang off-piste en er is nog nooit iets gebeurd.” Het probleem is dat deze statistiek vaak verkeerd gebruikt wordt. Het risico bij off-piste rijden is voor veel mensen onzichtbaar. Geluk hebben bij het afdalen op een helling met veel risico, wordt ten onrechte als een goede beslissing gezien. Je krijgt bij off-piste rijden dus niet vaak feedback over de juistheid van jouw beslissing om wel ergens af te dalen. En bij de beslissing om ergens niet af te dalen krijg je al helemaal geen feedback.
  3. Een airbag aanschaffen. Eigenlijk klopt dit antwoord niet. Een airbag houdt je niet uit een lawine en voorkomt het ontstaan van een lawine al helemaal niet. Het is een nuttig extra hulpmiddel, maar zeker geen garantie, om te proberen jou bovenop de lawine te houden in plaats van eronder. Daarbij functioneert de airbag zelf niet altijd, lukt het niet altijd om de airbag te trekken en werkt een airbag niet in alle soorten lawines.
  4. Kennis opdoen en je houden aan risico-reducerende maatregelen. Eigenlijk bouwt dit voort op het eerste punt, maar in plaats van binnen te blijven, probeer je in gebieden met een laag risico te blijven.

plaatlawine_windtekenen

Een plaatlawine, oftewel een ‘Schneebrett’ (Duits), ‘plaque de vent’ (Frans), ‘slab avalanche’ (Engels).

Aangezien de meesten van ons niet binnen willen blijven op een dag met dikke poeder, we geluk niet kunnen afdwingen en we veiligheid niet kunnen kopen, moeten we het doen met antwoord 4, het opdoen van kennis en je houden aan risico-reducerende maatregelen. Kennis is macht. Met kennis kunnen we ook eventuele risico’s bewust waarnemen. Hierna volgt dan een (hopelijk) welafgewogen beslissing om wel of niet te gaan.

Bewust beslissen en risicomanagement

In de praktijk gaat het off-piste gelukkig heel vaak goed, maar hebben we daarbij het risico wel ervaren en bewust geaccepteerd? Je hoeft maar om je heen te kijken als het net gedumpt heeft, en je weet dat dit lang niet altijd het geval is. Nog steeds zijn veel mensen zich het risico niet eens bewust. Lawine-ongelukken worden wel breed uitgemeten in de media en vaak worden slachtoffers veroordeeld dat ze onverantwoord bezig zijn geweest. Achteraf gezien is het heel erg makkelijk te zien dat er iets fout is gegaan, maar als je bovenaan een maagdelijke helling staat, sta je nogal eens voor een lastige beslissing.

Zoals gezegd, de enige methode om 100% zekerheid te bieden dat je niet omkomt in een lawine is binnen te blijven, mits jouw huis zich niet onderaan een lawinehelling bevindt. Om teleurstellingen te voorkomen zeg ik dan ook maar meteen: er zijn geen methodes om jou off-piste die 100% zekerheid te bieden. Anders gezegd: er is off-piste altijd sprake van risico. Dit risico is zelfs op een piste niet altijd uit te sluiten. De veiligheid op de piste is de taak van het skigebied en daarom zijn pistes soms gesloten.

Echter, de veiligheid off-piste is jouw eigen zaak en je zult zelf moeten proberen dit risico te reduceren, oftewel te beperken. Er blijft dan nog steeds (rest-)risico over en het is aan jouzelf om te bepalen of dit voor jou een acceptabel risico is. Om je een idee te geven: een onderzoek heeft aangetoond dat een hele dag off-piste snowboarden of skiën, terwijl je je houdt aan risico-reducerende maatregelen, net zo gevaarlijk is als een uur lang autorijden. We noemen dit ook wel risico-management, en één van de grondleggers hiervan is de Zwitser Werner Munter.

Bangmakerij?

Laatst heb ik samen met Haas een lezing mogen geven op het Freeride Film Festival. Uit het publiek kwam de vraag of dit soort lezingen niet teveel bangmakerij waren. Die vraag zou je dus ook over dit artikel kunnen stellen. De vraagsteller had ‘dit soort lezingen’ vaker gehoord. Volgens mij is dit een terechte vraag.

Wil ik mensen bang maken? Nee. Ik wil kennis overdragen en ik haal hier gewoon heel erg veel voldoening uit. Net zoals dat ik mensen graag op hun snowboard of met hun safety skills verder help.

Worden mensen bang als zij beelden van lawines en point-of-view movies van iemand onder een lawine zien? Ja, waarschijnlijk wel.

Waarom doen we het dan? Om dit soort artikels en presentaties te rechtvaardigen, vind ik het interessant om off-piste rijden met autorijden te vergelijken, een activiteit waar we ook een (behoorlijk groot) risico accepteren. Iedereen vindt het logisch dat je voor autorijden een rijbewijs nodig hebt en dat dit het risico op ongelukken beperkt. Zo’n bewijs hebben we off-piste helemaal niet nodig. Dit vind ik ook prima zo, want we begeven ons ook niet op door de mens gebaande wegen. Daarnaast is er nog een groot verschil met autorijden. Bij off-piste skien en snowboarden heb je niets aan een goede techniek om een ongeluk te voorkomen. Het gevaar is haast onzichtbaar. Bij autorijden is het obvious dat niet goed kunnen sturen tot ongevallen kan leiden.

Daarom vind ik dat het geen bangmakerij is, maar bewust maken is. Dus om te komen tot een optimale mix van plezier en mogelijk weinig risico, worden ook op wePowder niet alleen de beste locaties en stoke gedeeld.

Waar kan ik terecht voor kennis

Wil je meer kennis? Dat kan zeker! Vragen staat vrij en op wePowder kun je hier over dit bericht discussieren. Daarnaast kun je bijvoorbeeld online de wePowder Safety Academy volgen, of op praktijkcursus met het Snow Safety Center. Wil je graag met mij op pad, informeer dan naar de mogelijkheden.

Arva Axio lawinepieper – eerste test

Arva Axio lawinepieper – eerste test

De Arva Axio is de nieuwste lawinepieper van Arva en is dit seizoen voor het eerst op de markt. Ik heb hem uitgepakt, een keer aan en uit gezet, maar zonder hem verder te bestuderen heb ik hem meteen getest in het veld. Onderstaand filmpje is mijn eerste zoekactie met de Axio, ik wilde kijken hoe gebruikersvriendelijk dit apparaat ‘out of the box’ is.

Zo, op het eerste oog is de pieper gebruikersvriendelijk en intuïtief. Zonder de handleiding te bestuderen is al duidelijk welke knop waarvoor is. De joystick (pookje) maakt een heleboel knoppen overbodig die op het vorige topmodel van Arva, de Pro W, nog te vinden waren. Het omschakelen van zenden naar zoeken doe je door de rode knop uit te klappen. Inklappen betekent dus weer terugschakelen van zoeken naar zenden. Dit is niet alleen handig, maar in de rode ‘knop’ zit de derde antenne (in de z-richting) verborgen, die Arva zo een stuk langer heeft weten te maken. Normaal beperkt de dikte van de behuizing namelijk de lengte van deze derde antenne. Dit heeft Arva dus heel elegant en functioneel opgelost.

Een langere derde antenne zou signalen in het geval van een niet ideaal uitgelijnde zender en ontvanger (zoeker) eerder op moeten pikken. De Arva heeft dan ook een zeer grote zoekbandbreedte van 60 m meegekregen. Dit betekent dat het minimale bereik van de pieper een diameter van 60 meter heeft, dus in een straal van 30 m om de pieper heen. Getest heb ik de functionaliteit van deze lange derde antenne nog niet, dat volgt een andere keer.

Het markeren ging vlekkeloos, door te drukken op de joystick markeer je de gevonden lawinepieper.

Bij de signalsearch (de eerste fase in het zoekproces waarbij je nog geen signaal hebt en dit aan het zoeken bent) moet je je niet laten misleiden om meteen de pijl in het display te gaan volgen als de eerste pieptonen uit het apparaat komen en die nog niet constant zijn. Het beste kun je gewoon je zoekpatroon volgen totdat de serie pieptonen in regelmatige afstand komen en dan pas de pijl gaan volgen.

Let wel: bij de zoekactie in het filmpje heb ik mijn schep, sonde en rugzak niet bij me. Het is mede daarom ook geen waarheidsgetrouwe weergave van hoe een echte zoekactie eruit hoort te zien.

Het lawinebericht – veel meer dan alleen de Gefahrenstufe!

Het lawinebericht – veel meer dan alleen de Gefahrenstufe!

Voor velen van ons is het lawinebericht een onmisbare tool om verantwoord offpiste te kunnen skiën, snowboarden en touren. Maar hoe haal je nu nog meer uit het lawinebericht? Daar ga ik je in deze bijdrage een beetje bij proberen te helpen. Als je het lawinebericht regelmatig leest, dan is het je waarschijnlijk al eens opgevallen dat het opgebouwd is volgens een bepaalde structuur. Allereerst schets ik deze structuur in het kort, alvorens uitgebreider op de afzonderlijke elementen in te gaan.

Hieronder staan twee afbeeldingen, één van een lawinebericht uit Zwitserland, het andere uit de provincie Tirol in Oostenrijk. De structuur is zo goed als identiek, afgezien van het verschil dat in Tirol een voorspelling voor de ochtend en voor de middag wordt gegeven en in Zwitserland op deze dag niet.

gk_c_de_complete-page_COLOURED

2016-02-04_0730_lwdtirol_lagebericht-page-001_COLOURED

De gebruikte kleuren staan voor de elementen in onderstaande piramide, die de structuur aangeeft hoe een lawinebericht is opgebouwd. Helemaal bovenaan staat “kort en bondig” het gevarenniveau, met daaronder de andere “bredere” elementen die nog veel meer informatie bevatten.

InformationsPyramide

In het kort een beschrijving van de diverse elementen:

Gevarenniveau. Onmiddellijk valt je oog op de “Gefahrenstufe”, oftewel het gevarenniveau in het Nederlands. Aangezien het door middel van een kleur, een getal of met woorden wordt aangegeven, is het gevarenniveau razendsnel terug te vinden.

Wat is het probleem? In de buurt van het gevarenniveau staat vaak al kort en bondig omschreven, of met symbolen aangeduid, wat het hoofdprobleem is dat er heerst.

Waar is het probleem? In welke delen van het terrein het gevaar het meest kritisch is; op welke hoogte en in welke hellingsrichting.

Beschrijving & beoordeling. Hier wordt uitgebreider ingegaan op het gevaar.

Opbouw van het sneeuwdek. Hoe is het sneeuwdek opgebouwd en hoe draagt dat bij tot het gevaar dat er heerst.

Weer. Wat hebben de temperatuur, wind en de neerslag gedaan en wat staat er te gebeuren?

Verwachting. Hoe ontwikkelt zich de lawinesituatie?

 

1. Gevarenniveau

Bij dit onderdeel blijf ik even lang stil staan. De reden hiervoor is dat sommigen niet verder kijken dan dit gevarenniveau. Naast het feit dat je dan belangrijke informatie zou kunnen missen, is het goed om duidelijk te maken wat het gevarenniveau nu precies aangeeft.

De lawinedienst die het lawinebericht opstelt, beschrijft met het gevarenniveau hoe hoog zij het lawinegevaar inschat, dat in een bepaalde regio heerst. Zij geven hiermee dus niet voor iedere helling in die regio aan hoe groot in die helling het lawinegevaar is. Het lawinegevaar dat heerst bij een bepaald uitgegeven gevarenniveau kan dus van helling tot helling variëren!

Het gevarenniveau wordt weergegeven op een schaal met vijf treden:

Hoe hoger het gevarenniveau, des te

  • instabieler het sneeuwdek
  • meer gevaarlijke plekken
  • makkelijker het is een lawine te initiëren
  • meer en groter de te verwachten lawines zijn

Hoe het lawinegevaar zich verhoudt tot het gevarenniveau

Het lawinegevaar is een variabele grootheid die niet trapsgewijs van niveau naar niveau verandert, maar continu zoals een vloeiende helling. Dat wil zeggen dat het lawinegevaar in één niveau niet constant is; één lawineniveau heeft een bepaalde bandbreedte van lawinegevaar. Aan het einde van een bepaald niveau is het lawinegevaar bijna gelijk aan het begin van het volgende niveau. Daarnaast vindt tussen twee opeenvolgende niveaus ongeveer een verdubbeling van het lawinegevaar plaats. Eén en ander is weergegeven in onderstaande figuur:

Lawinengefahr_vs_Gefahrenstufe

Uit deze figuur zie je dat er bij een hoger gevarenniveau een bredere spreiding van het lawinegevaar is. De bandbreedte van het gevaar neemt toe bij toenemend gevarenniveau. Zo is de bandbreedte bij gevarenniveau 3 groter dan de bandbreedte van niveau 1 en 2 bij elkaar! Het is dus handig om te weten aan welke kant je zit. Voor de hoge kant van gevarenniveau 3 wordt soms de term “angespannter 3er” gebruikt. Bij het gebruiken van een strategie gebaseerd op limieten, zoals de elementaire reductiemethode, kun je op zo’n dag beter niet te dicht op de limiet die hoort bij gevarenniveau 3 gaan zitten. Als een dergelijke aanduiding ontbreekt, dan geeft soms ook de ontwikkeling van het gevarenniveau een indicatie hiervoor. Op een dag dat het gevarenniveau 3 is, daar waar het een dag ervoor nog 4 was, is het aannemelijk dat we nog aan de hoge kant van 3 zitten.

Zoals al eerder gezegd, is het lawinegevaar niet in iedere helling gelijk. Dus als je méér zou weten over het achterliggende probleem, dan zou je iets over de hellingen kunnen zeggen waarin dit probleem vooral te verwachten is. Dit kun je doen door een antwoord te zoeken op de volgende vragen:

  • wat is het probleem?
  • bevindt zich dit probleem in mijn terrein?

 

Deze informatie kun je dan extra meenemen in je beslissingsstrategie – dit leidt tot meer veiligheid en misschien ook wel meer speelruimte!

Een methode als de elementaire reductiemethode is niet in alle situaties de optimale tool. Als er een dik pak triebschnee in een steile helling ligt, maar je zit volgens de elementaire reductiemethode nog onder je limiet, dan kun je je afvragen of het een verstandig keuze zou zijn hier af te dalen.

Gelukkig is het lawinebericht in staat om jou een handje te helpen bij het beantwoorden van bovenstaande vragen.

 

 

2. Wat is het probleem?

In een vorige post (link) gaven we al aan dat er in Oostenrijk nieuwe symbolen in het lawinebericht opgenomen zijn, die het heersende probleem op een bepaalde dag aanduiden. In Zwitserland geven ze het probleem – een van hun zogenaamde “Musters” – met woorden aan. Hiermee wordt je eigenlijk al op scherp gezet, om de signalen die de natuur ons geeft, te observeren en te interpreteren. Zoals een bevriende berggids al eens zei: “we hebben bijna allemaal dezelfde ogen gekregen om dingen te zien. Dat betekent dat we allemaal in principe hetzelfde zien”. Je kan hierdoor ook bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen. Als er bijvoorbeeld een triebschneeprobleem heerst en je door een dikke mist geen handen voor ogen ziet, dan kun je de signalen in de natuur die duiden op triebschnee niet meer herkennen. Je moet misschien je plannen die je voor die dag gemaakt hebt, bijstellen.

 

 

3. Waar is het probleem?

Maar in het lawinebericht proberen ze ook nog eens aan te geven waar je de problemen vooral tegen zou kunnen komen. Er wordt aangegeven in welke delen van het terrein het lawineprobleem het meest kritisch is. Dit gebeurt aan de hand van hoogte en aan de hand van hellingsrichting.

Bij de hoogte worden het kritische hoogtebereik aangegeven met een symbool van een bergje waarin het kritische gedeelte zwart is gemaakt. Dit kan onder of boven een bepaalde hoogtegrens zijn, maar ook het volledige hoogtebereik kan als kritisch aangemerkt zijn. Daarnaast wordt het kritische hoogtebereik in sommige lawineberichten met woorden aangegeven, bijvoorbeeld zoals in de zin “Gefährdetster Höhenbereich oberhalb 2000 m”. Het kritische hoogtebereik ligt hier hoger dan 2000 m.

De kritische hellingsrichtingen worden met behulp van een windroos aangegeven. De met zwart gemarkeerde delen van de windroos, geven de kritische hellingsrichtingen aan.

Houd er rekening mee dat de natuur geen zwart-witte grenzen trekt, maar dat er vloeiende overgangen zijn tussen het kritische en niet kritische deel van het terrein. Voor de hoogte geldt ±200 m, voor de hellingsrichting geldt ±1/16 van de roos (±22.5°).

Pas op, het toekennen van een lager gevarenniveau aan het gebied buiten de kritische gebieden, is geen officiële regel! Door sommigen wordt het als vuistregel gebruikt, maar hier zitten haken en ogen aan vast en het mag nooit of te nimmer je eigen observaties in het terrein vervangen.

 

 

4. Beschrijving/beoordeling

Hier wordt nog eens uitgebreider met woorden omschreven wat het uitgegeven gevarenniveau is en ook kan hierbij worden aangegeven aan welke kant je van een niveau zit. Soms zit dit hem echt in de kleine details. Het heersende probleem of de heersende problemen worden ook uitgebreider beschreven. Ook wordt beschreven in wat voor hellingen je de problemen vindt, en waar je deze tegen zou kunnen komen. Ook de belasting nodig om een lawine te initiëren wordt vaak omschreven.

 

 

5. Sneeuwdek

Een heel interessant stukje, dat helaas nogal eens overgeslagen wordt. Ook al gaat de informatie in dit stukje je nu misschien nog boven je pet, het is een mooie kans “gratis” meer te leren over sneeuw- en lawinekunde. Er komt namelijk naar voren waarom het probleem bestaat. En als je weet waarom een probleem bestaat, dan geeft dit jou de mogelijkheid om ook zelf na te gaan denken. Je kan zelf al voorspellen of morgen bijvoorbeeld een triebschneeprobleem ontstaat, als je het ’s avonds flink gaat stormen. Hoe hard waait het bovenop de berg als het nu al zo hard hier waait? Ligt er sneeuw die nog weggeblazen kan worden?

 

 

6. Weer

Hier lees je meer over het weer van de afgelopen nacht en de voorspelling voor de huidige dag. Ook wordt er vaak aangegeven wat er op verschillende hoogtes gebeurt.

 

 

7. Verwachting

De te verwachten ontwikkeling van het lawinegevaar met de mogelijke redenen hiervoor worden kort beschreven.

 

 

Succes ermee!

 

Literatuur

  1. wePowder. Safety Academy (2014) link
  2. Stephan Harvey et al.. Lawinenkunde Bruckmann Verlag GmbH (2014)
  3. Christoph Mitterer. Der Lawinenlagebericht – eine unverstandene Liebe? Berg und Steigen 93, 62-67 (2016) link
  4. A. Studeregger et al.. Arbeiten mit Symbolen Berg und Steigen 93, 68-73 (2016) link
  5. WSL Institut für Schnee und Lawinenforschung SLF. Lawinenbulletins und weitere Produkte. Interpretationshilfe (2015) link
Nieuwe symbolen in het Oostenrijkse lawinebericht

Nieuwe symbolen in het Oostenrijkse lawinebericht

Afgelopen week werd aangekondigd dat de lawinedienst in de provincie Salzburg in Oostenrijk gaat werken met 5 nieuwe symbolen die typische lawineproblemen aanduiden. De nieuwe symbolen zijn in één oogopslag te vinden bij de windroos en de kritische hoogte.1 Die 5 symbolen zijn in november 2015 al in Tirol in gebruik genomen en betreffen de volgende problemen:2,3

  • Neuschnee (nieuwe sneeuw)
    AT_Neuschnee
  • Triebschnee (drijfsneeuw)
    AT_Triebschnee
  • Altschnee (oude sneeuw)
    AT_Altschnee
  • Nassschnee (natte sneeuw)
    AT_Nassschnee
  • Gleitschnee (glijsneeuw)
    AT_Gleitschnee

Daarnaast hebben ze voor gunstige omstandigheden ook een symbool in het leven geroepen:

  • Gunstige omstandigheden
    AT_Günstig

(Afbeeldingen: © Lawinenwarndienst Tirol)

 

Maar wacht even. Hadden ze in Oostenrijk niet al het systeem van 10 typische gevaren? Ja, dat klopt. Ze noemen dit echter, de 10 “Gefahrenmuster”, oftewel de 10 patronen van gevaar, zoals in 2010 gepubliceerd door Mair & Nairz in het tijdschrift Berg und Steigen.4 Ze komen dan ook met een verklaring wat nu precies het verschil is tussen een lawineprobleem en een -patroon. Het lawineprobleem geeft het heersende probleem aan en het patroon de typische omstandigheden die hebben geleid tot het ontstaan van dit probleem. Het is dus een aanvulling op de 10 patronen van gevaar, want de meeste mensen met enige kennis van sneeuw- en lawinekunde zijn volgens mij zelf in staat om het probleem dat bij een bepaald patroon ontstaat te herleiden. Voor de mensen met wat minder kennis is het er nu een stuk duidelijker op geworden wát nu het probleem is. En als je duidelijker weet wat het probleem is, dan is het vaak ook duidelijker hoe hiermee om te gaan. Zo zijn er “regels” hoe om te gaan met bijvoorbeeld verse drijfsneeuw.5

 

Nu bestaat het denken in “Muster” niet alleen in Oostenrijk, maar ook al geruime tijd in Zwitserland. Voor zover ik het kan terugvinden is het in ieder geval al in 2007 uitgewerkt door Stephan Harvey van het SLF.5 In 2011 publiceerde hij het Zwitserse Musterdenken in Berg und Steigen.6 Echter, ze verstaan in Zwitserland niet helemaal hetzelfde onder een “Muster” als in Oostenrijk. Ze hadden er in eerste instantie maar vier en die duiden op lawineproblemen:

  • Neuschnee
    Neuschnee
  • Triebschnee
    Triebschnee
  • Altschnee
    Altschnee
  • Nassschnee
    Nassschnee

(Afbeeldingen: © Berg und Steigen)

Sinds dit jaar hebben de Zwitsers het probleem van Gleitschnee ook als Muster opgenomen. Hoe de Zwitsers over Gleitschnee denken vind je bijvoorbeeld op de website van het SLF.7

Daarmee wordt meteen duidelijk dat de Zwitsers en Oostenrijkers, hoewel ze iets anders onder “Muster” verstaan, eigenlijk toch gewoon op één lijn zitten. En dat is maar goed ook.

 

Referenties:

1) http://www.lawine.salzburg.at/documents/foto/34/17288/77990.jpg

2) https://lawine.tirol.gv.at/basics/lawinenprobleme/

3) https://lawine.tirol.gv.at/fileadmin/lawine.tirol.gv.at/downloads/lawinenprobleme/2015_Lawinenprobleme__de_.pdf

4) http://www.bergundsteigen.at/file.php/archiv/2010/4/62-69%20%28Was%20sind%20Gefahrenmuster%29.pdf

5) http://www.slf.ch/praevention/kat/downloads/Muster_erweitert.pdf

6) http://www.bergundsteigen.at/file.php/archiv/2011/4/58-69%20%28lawinensituationen%20als%20muster%20erkennen%29.pdf

7) http://www.slf.ch/praevention/ueberlawinen/lawinenarten/gleitschneelawinen/index_DE

Lawinepieper zoeken voor beginner en gevorderde

Lawinepieper zoeken voor beginner en gevorderde

Enkel goed geïnformeerd, in het bezit van de benodigde kennis, materialen en vrienden kan je zelfstandig buiten de pistes op pad!!

Het skiën en snowboarden buiten de pistes zonder het bij je dragen van een lawine 3-eenheid (schep, sonde en lawinepieper) is TABOE! Enkel als je deze 3-eenheid bij je hebt (en aan hebt staan) is het mogelijk dat je in geval van een lawine door je poedermaatjes gevonden kan worden – en nog veel belangrijker: je zelf ook in staat moet zijn om in geval van een lawine je poedermaatjes terug te vinden!

Ben je al zover dat een 3-eenheid in je standaard uitrusting voor op de berg hebt opgenomen? Dan is het wel zaak om de daarbij behorende zoek- & reddingstechnieken uitgebreid te beheersen en vaak genoeg te blijven oefenen. Doe je dit niet, dan kom je vaak in een onprettige discussie of situatie terecht: je bent op pad met poedermaatjes die je vertrouwt en geoefend zijn om jou te kunnen vinden in een lawine. Alleen deze maatjes willen jou niet meenemen omdat je zelf niet over de nodige kennis en/of skills bezit om met deze 3-eenheid om te kunnen gaan. Je poedermaatjes vertrouwen JOU NIET om hen terug te kunnen vinden en uit te graven! Je zal dus vaak thuisgelaten worden of een blok aan het been van je maatjes worden, omdat ze vanwege jou het risico voor de echt leuke dingen niet meer durven te nemen!

Goed geïnformeerd en geoefend op pad, hoe doe je dat?
Uitgebreide beschrijving van het lawinepieper zoeken met de “Airport Approach” methode voor zowel beginners als gevorderden:
LVS-Suche: Tipps und Tricks für die letzen Meter (PDF document)

Het volgen van een lawinecursus waarin je naast het om leren gaan met een 3-eenheid ook leert gevaren op de berg te herkennen en zelf een inschatting kan maken van het lokale lawinegevaar:
Snow Safety Center

Het bijwonen van Pieperfest op 9 november 2014, waarin je leert omgaan met jouw lawinepieper en stapsgewijs leert hoe de hele “Airport Approach” zoekmethode in de praktijk gaat:
Pieperfest Biltse Duinen

En wat moet je doen als je je maatje hebt gevonden? Om dat te leren, kun je kiezen voor een Eerste Hulp Bij Bergsport Ongevallen (EHBBO) cursus bij Menno Boermans:
Cursus winter EHBBO december 2014

Of ga op pad met ons om naast het verbeteren van je snowboardtechniek buiten de pistes ook nieuwe routes te leren kennen! Bij ons wordt standaard aandacht besteed aan de omgang met lawinegevaar en daarbij behorende reddings- en zoek-technieken:
Frozenlines Freeride techniek training 2014-2015
Frozenlines Freeride guiding 2014-2015
Frozenlines Splitboard guiding 2014-2015

BCA airbag trigger terugroep

BCA airbag trigger terugroep

De bezitters van een BCA Float airbag wordt aangeraden onderstaande link te volgen. BCA heeft een terugroepactie lopen met betrekking tot de trigger van enkele Float modellen. Voor meer informatie en om te weten te komen of dit ook jouw airbag betreft, kijk even op:
http://www.backcountryaccess.com/2013/10/14/safety-alert-float-trigger-voluntary-recall/