Het lawinebericht – veel meer dan alleen de Gefahrenstufe!

Het lawinebericht – veel meer dan alleen de Gefahrenstufe!

Het lawinebericht – veel meer dan alleen de Gefahrenstufe!

Voor velen van ons is het lawinebericht een onmisbare tool om verantwoord offpiste te kunnen skiën, snowboarden en touren. Maar hoe haal je nu nog meer uit het lawinebericht? Daar ga ik je in deze bijdrage een beetje bij proberen te helpen. Als je het lawinebericht regelmatig leest, dan is het je waarschijnlijk al eens opgevallen dat het opgebouwd is volgens een bepaalde structuur. Allereerst schets ik deze structuur in het kort, alvorens uitgebreider op de afzonderlijke elementen in te gaan.

Hieronder staan twee afbeeldingen, één van een lawinebericht uit Zwitserland, het andere uit de provincie Tirol in Oostenrijk. De structuur is zo goed als identiek, afgezien van het verschil dat in Tirol een voorspelling voor de ochtend en voor de middag wordt gegeven en in Zwitserland op deze dag niet.

gk_c_de_complete-page_COLOURED

2016-02-04_0730_lwdtirol_lagebericht-page-001_COLOURED

De gebruikte kleuren staan voor de elementen in onderstaande piramide, die de structuur aangeeft hoe een lawinebericht is opgebouwd. Helemaal bovenaan staat “kort en bondig” het gevarenniveau, met daaronder de andere “bredere” elementen die nog veel meer informatie bevatten.

InformationsPyramide

In het kort een beschrijving van de diverse elementen:

Gevarenniveau. Onmiddellijk valt je oog op de “Gefahrenstufe”, oftewel het gevarenniveau in het Nederlands. Aangezien het door middel van een kleur, een getal of met woorden wordt aangegeven, is het gevarenniveau razendsnel terug te vinden.

Wat is het probleem? In de buurt van het gevarenniveau staat vaak al kort en bondig omschreven, of met symbolen aangeduid, wat het hoofdprobleem is dat er heerst.

Waar is het probleem? In welke delen van het terrein het gevaar het meest kritisch is; op welke hoogte en in welke hellingsrichting.

Beschrijving & beoordeling. Hier wordt uitgebreider ingegaan op het gevaar.

Opbouw van het sneeuwdek. Hoe is het sneeuwdek opgebouwd en hoe draagt dat bij tot het gevaar dat er heerst.

Weer. Wat hebben de temperatuur, wind en de neerslag gedaan en wat staat er te gebeuren?

Verwachting. Hoe ontwikkelt zich de lawinesituatie?

 

1. Gevarenniveau

Bij dit onderdeel blijf ik even lang stil staan. De reden hiervoor is dat sommigen niet verder kijken dan dit gevarenniveau. Naast het feit dat je dan belangrijke informatie zou kunnen missen, is het goed om duidelijk te maken wat het gevarenniveau nu precies aangeeft.

De lawinedienst die het lawinebericht opstelt, beschrijft met het gevarenniveau hoe hoog zij het lawinegevaar inschat, dat in een bepaalde regio heerst. Zij geven hiermee dus niet voor iedere helling in die regio aan hoe groot in die helling het lawinegevaar is. Het lawinegevaar dat heerst bij een bepaald uitgegeven gevarenniveau kan dus van helling tot helling variëren!

Het gevarenniveau wordt weergegeven op een schaal met vijf treden:

Hoe hoger het gevarenniveau, des te

  • instabieler het sneeuwdek
  • meer gevaarlijke plekken
  • makkelijker het is een lawine te initiëren
  • meer en groter de te verwachten lawines zijn

Hoe het lawinegevaar zich verhoudt tot het gevarenniveau

Het lawinegevaar is een variabele grootheid die niet trapsgewijs van niveau naar niveau verandert, maar continu zoals een vloeiende helling. Dat wil zeggen dat het lawinegevaar in één niveau niet constant is; één lawineniveau heeft een bepaalde bandbreedte van lawinegevaar. Aan het einde van een bepaald niveau is het lawinegevaar bijna gelijk aan het begin van het volgende niveau. Daarnaast vindt tussen twee opeenvolgende niveaus ongeveer een verdubbeling van het lawinegevaar plaats. Eén en ander is weergegeven in onderstaande figuur:

Lawinengefahr_vs_Gefahrenstufe

Uit deze figuur zie je dat er bij een hoger gevarenniveau een bredere spreiding van het lawinegevaar is. De bandbreedte van het gevaar neemt toe bij toenemend gevarenniveau. Zo is de bandbreedte bij gevarenniveau 3 groter dan de bandbreedte van niveau 1 en 2 bij elkaar! Het is dus handig om te weten aan welke kant je zit. Voor de hoge kant van gevarenniveau 3 wordt soms de term “angespannter 3er” gebruikt. Bij het gebruiken van een strategie gebaseerd op limieten, zoals de elementaire reductiemethode, kun je op zo’n dag beter niet te dicht op de limiet die hoort bij gevarenniveau 3 gaan zitten. Als een dergelijke aanduiding ontbreekt, dan geeft soms ook de ontwikkeling van het gevarenniveau een indicatie hiervoor. Op een dag dat het gevarenniveau 3 is, daar waar het een dag ervoor nog 4 was, is het aannemelijk dat we nog aan de hoge kant van 3 zitten.

Zoals al eerder gezegd, is het lawinegevaar niet in iedere helling gelijk. Dus als je méér zou weten over het achterliggende probleem, dan zou je iets over de hellingen kunnen zeggen waarin dit probleem vooral te verwachten is. Dit kun je doen door een antwoord te zoeken op de volgende vragen:

  • wat is het probleem?
  • bevindt zich dit probleem in mijn terrein?

 

Deze informatie kun je dan extra meenemen in je beslissingsstrategie – dit leidt tot meer veiligheid en misschien ook wel meer speelruimte!

Een methode als de elementaire reductiemethode is niet in alle situaties de optimale tool. Als er een dik pak triebschnee in een steile helling ligt, maar je zit volgens de elementaire reductiemethode nog onder je limiet, dan kun je je afvragen of het een verstandig keuze zou zijn hier af te dalen.

Gelukkig is het lawinebericht in staat om jou een handje te helpen bij het beantwoorden van bovenstaande vragen.

 

 

2. Wat is het probleem?

In een vorige post (link) gaven we al aan dat er in Oostenrijk nieuwe symbolen in het lawinebericht opgenomen zijn, die het heersende probleem op een bepaalde dag aanduiden. In Zwitserland geven ze het probleem – een van hun zogenaamde “Musters” – met woorden aan. Hiermee wordt je eigenlijk al op scherp gezet, om de signalen die de natuur ons geeft, te observeren en te interpreteren. Zoals een bevriende berggids al eens zei: “we hebben bijna allemaal dezelfde ogen gekregen om dingen te zien. Dat betekent dat we allemaal in principe hetzelfde zien”. Je kan hierdoor ook bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen. Als er bijvoorbeeld een triebschneeprobleem heerst en je door een dikke mist geen handen voor ogen ziet, dan kun je de signalen in de natuur die duiden op triebschnee niet meer herkennen. Je moet misschien je plannen die je voor die dag gemaakt hebt, bijstellen.

 

 

3. Waar is het probleem?

Maar in het lawinebericht proberen ze ook nog eens aan te geven waar je de problemen vooral tegen zou kunnen komen. Er wordt aangegeven in welke delen van het terrein het lawineprobleem het meest kritisch is. Dit gebeurt aan de hand van hoogte en aan de hand van hellingsrichting.

Bij de hoogte worden het kritische hoogtebereik aangegeven met een symbool van een bergje waarin het kritische gedeelte zwart is gemaakt. Dit kan onder of boven een bepaalde hoogtegrens zijn, maar ook het volledige hoogtebereik kan als kritisch aangemerkt zijn. Daarnaast wordt het kritische hoogtebereik in sommige lawineberichten met woorden aangegeven, bijvoorbeeld zoals in de zin “Gefährdetster Höhenbereich oberhalb 2000 m”. Het kritische hoogtebereik ligt hier hoger dan 2000 m.

De kritische hellingsrichtingen worden met behulp van een windroos aangegeven. De met zwart gemarkeerde delen van de windroos, geven de kritische hellingsrichtingen aan.

Houd er rekening mee dat de natuur geen zwart-witte grenzen trekt, maar dat er vloeiende overgangen zijn tussen het kritische en niet kritische deel van het terrein. Voor de hoogte geldt ±200 m, voor de hellingsrichting geldt ±1/16 van de roos (±22.5°).

Pas op, het toekennen van een lager gevarenniveau aan het gebied buiten de kritische gebieden, is geen officiële regel! Door sommigen wordt het als vuistregel gebruikt, maar hier zitten haken en ogen aan vast en het mag nooit of te nimmer je eigen observaties in het terrein vervangen.

 

 

4. Beschrijving/beoordeling

Hier wordt nog eens uitgebreider met woorden omschreven wat het uitgegeven gevarenniveau is en ook kan hierbij worden aangegeven aan welke kant je van een niveau zit. Soms zit dit hem echt in de kleine details. Het heersende probleem of de heersende problemen worden ook uitgebreider beschreven. Ook wordt beschreven in wat voor hellingen je de problemen vindt, en waar je deze tegen zou kunnen komen. Ook de belasting nodig om een lawine te initiëren wordt vaak omschreven.

 

 

5. Sneeuwdek

Een heel interessant stukje, dat helaas nogal eens overgeslagen wordt. Ook al gaat de informatie in dit stukje je nu misschien nog boven je pet, het is een mooie kans “gratis” meer te leren over sneeuw- en lawinekunde. Er komt namelijk naar voren waarom het probleem bestaat. En als je weet waarom een probleem bestaat, dan geeft dit jou de mogelijkheid om ook zelf na te gaan denken. Je kan zelf al voorspellen of morgen bijvoorbeeld een triebschneeprobleem ontstaat, als je het ’s avonds flink gaat stormen. Hoe hard waait het bovenop de berg als het nu al zo hard hier waait? Ligt er sneeuw die nog weggeblazen kan worden?

 

 

6. Weer

Hier lees je meer over het weer van de afgelopen nacht en de voorspelling voor de huidige dag. Ook wordt er vaak aangegeven wat er op verschillende hoogtes gebeurt.

 

 

7. Verwachting

De te verwachten ontwikkeling van het lawinegevaar met de mogelijke redenen hiervoor worden kort beschreven.

 

 

Succes ermee!

 

Literatuur

  1. wePowder. Safety Academy (2014) link
  2. Stephan Harvey et al.. Lawinenkunde Bruckmann Verlag GmbH (2014)
  3. Christoph Mitterer. Der Lawinenlagebericht – eine unverstandene Liebe? Berg und Steigen 93, 62-67 (2016) link
  4. A. Studeregger et al.. Arbeiten mit Symbolen Berg und Steigen 93, 68-73 (2016) link
  5. WSL Institut für Schnee und Lawinenforschung SLF. Lawinenbulletins und weitere Produkte. Interpretationshilfe (2015) link

About the Author